In 1896 werd het huis Wegdam met bijbehorende erven en grond door Jeremias Meyjes verkocht aan Maria Cornelia van Heeckeren van Wassenaer, vrouwe van Weldam. Daarmee werd Wegdam toegevoegd aan de bezittingen van Weldam. Jeremias Meyjes was een nazaat en erfgenaam van de in 1849 overleden Arend Daniël van Coeverden. Daniël was de laatste van een lange rij Van Coeverdens die het Wegdam bewoonde. Het
erve Wegdam behoorde aanvankelijk tot de goederen die ressorteerden onder het
goed Hekeren of het huis te Goor. In 1400 werden Reinholt (II) van Coeverden en
zijn broer Wolter door de Utrechtse bisschop beleend met ‘dat guet, geheiten
Weecdam’. Opmerkelijk is bij de belening de vermelding, dat Wegdam ‘een vri
eigen guet is’. Het erf behoorde dus niet tot de goederen die leenhorig waren
aan de bisschop, maar was een vrij eigen goed. De meeste bekendheid van de Van
Coeverdens op Wegdam heeft Wolter van Coeverden (1613-1684) verworven. In het
rampjaar 1672 vertrok hij op 59 jarige leeftijd vanaf Wegdam met een voor eigen
rekening geworven compagnie ruiters om zich in het strijdgewoel te mengen. Havezate Wegdam is een rechthoekig gebouw met het front naar het oosten. Het geheel dateert uit 1758 blijkens een wapensteen boven de ingang. Deze steen draagt de wapens Van Coeverden en Van Raesfelt en herinnert aan de opdrachtgevers van de nieuwbouw Johan Heidenrijk van Coeverden tot Wegdam en zijn vrouw Allegonda Isabella van Raesfelt. Het gedeelte van de verdieping aan de achterzijde dateert uit het begin van de negentiende eeuw. Het huis wordt aan de zijkanten en de achterkant omgeven door een gracht. |